zondag 10 oktober 2010

Mwanhuzi

Gisteren (vrijdag) heb ik een activiteit van ICS bijgewoond in Mwanhuzi, Tanzania. Het was de dag van de jaarlijks terugkerende zing-, dans- en toneelspeelcompetitie. Alle liedjes en dansjes en toneelstukken gingen over hoe je Malaria en AIDS en andere nare ziekten het land (of liever nog de wereld) uit kunt helpen. Verschillende scholen uit de regio namen het tegen elkaar op.

In Mwanhuzi is het zo droog dat de zandwegen, en de zandveldjes en de boomtakken en de stekels aan de dorre struiken en zelfs de betonnen muren van de huizen wit uitslaan. Ik weet niet zeker of die witte kleur echt van de droogte komt, maar zo lijkt het omdat het een soort korrelig, poederachtig wit is, alsof alles bij gebrek aan vocht, uitelkaar valt. Als je een foto van Mwanhuzi zou maken aan het einde van de middag, als de lucht haar avondkleuren begint te krijgen, dan zou die foto je doen denken aan een ansichtkaart van een winterlandschap. Het wit zou dan op rijp lijken, en het witte zand zou je het idee geven dat het net gesneeuwd heeft. Van dat hele poederige sneeuw, daar zou het op lijken, geen goed plaksneeuw waar je sneeuwballen van kunt draaien of hutten van kunt bouwen of poppen van kunt maken.

Verrassend genoeg komt er in Mwanhuzi wel gewoon water uit de kraan. Als je ergens zou verwachten dat er geen water uit de kraan komt, dan zou dat in Mwanhuzi zijn. En toch is het er, water, alsof er van droogte helemaal geen sprake is, althans in het guesthouse waar ik verblijf. In het guesthouse waar ik verblijf is ook gewoon televisie, met goed signaal. Op dit moment heb ik een voetbalwedstrijd op de achtergrond aanstaan. Tanzania speelt tegen Marokko. Ik ben voor Tanzania, vooral omdat ik op dit moment zelf in Tanzania ben en omdat ik eigenlijk altijd voor de underdog ben, want Marokko is op papier veel sterker dan Tanzania. Bovendien ben ik voor Tanzania omdat het shirt waarin het elftal speelt, heel erg lijkt op het uit-shirt van FC Groningen: blauw-groen.

Aan het einde van de zing-, dans- en toneelspeeldag was de prijsuitreiking. De school van Mwanhuzi ging er met de beker vandoor. De kinderen waren zo blij dat ze schreeuwend en juichend met de wisselbeker (een plastic trofee bespoten met goudverf) door het dorp renden. Zojuist kwam er een grote witte jubelende stofwolk voor het guesthouse langs, waar bovenuit een goudkleurige beker stak.

maandag 4 oktober 2010

Dan weer in de boekenkast

Vrije tijd is een luxe goed. En hoewel ik er minder van heb, dan ik af en toe zou willen, klaag ik niet. Want zo nu en dan vind ik best momenten om eens heerlijk achterover te zitten of te liggen met een boek. Een boek om te ontspannen, een boek om interessante ideeën  uit op te doen, een boek dat me is aangeraden, of een boek dat al jaren ongelezen op de plank stond. Al enige tijd speel ik met de gedachte om verslag te doen van wat ik zoal lees, en gedachten zijn er nu eenmaal niet om heel lang mee te spelen. Op den duur moeten ze worden omgezet in daden. Medeleesliefhebbers verwijs ik dan ook graag naar de zusterpagina van deze weblog www.danweerindeboekenkast.blogspot.com. Een keer in de zoveel tijd (laat ik zeggen gemiddeld een keer in de twee weken, want dat is ongeveer de tijd die ik nodig heb om een boek uit te lezen, let wel gemíddeld) zal ik kort uiteenzetten wat ik heb gelezen en wat ik er van vond. Wie weet heb je er iets aan. Niet-leesliefhebbers die al moeite genoeg hebben om de tekstjes door te worstelen  die op deze pagina verschijnen, raad ik ernstig af om op bovenstaande link te klikken. Even goede vrienden, geen probleem. Tenzij ik je nieuwschierig heb gemaakt natuurlijk...

zondag 3 oktober 2010

De kraan is leeg

De kraan is leeg. Dat wil zeggen: er komt geen water meer uit. Toen ik me gisteravond stond te scheren, werd de straal eerst langzaam dunner en daarna was het op. Gewoon op. Het druppelde nog wat armoedig na, maar hoe ik ook aan de knoppen draaide, water kreeg ik er niet meer uit. Nu is dat best lastig als je je gezicht net helemaal hebt ingeschuimd. Er zat nog niet voldoende water in de wasbak om het scheren tot een goed einde te brengen. Waarschijnlijk had ik wat te lang gedoucht, hoewel ik er nog niet eens tien minuten onder had gestaan. Met mijn handdoek om mijn heupen en een baard van scheerschuim op mijn kin liep ik naar de keuken om te kijken of daar nog wat in de kraan zat. Gelukkig, in de keuken was nog water. Ik ving het op in een emmer om het over te gieten in de wasbak in de badkamer, want in de keuken hangt geen spiegel en ik kan me niet scheren zonder spiegel, tenminste niet netjes. Door het keukenraam zag ik aan de overkant gordijnen dichtgaan. Een blanke met alleen een lap om zijn heupen en een gezicht vol witte smurrie zal er wel vervreemdend hebben uitgezien. Nu begon er ook ineens minder water uit de keukenkraan te komen. Net als in de badkamer stierf de straal langzaam weg en eindigde met een paar slappe druppels. Het was net genoeg om het scheren af te maken.

Vanochtend bleek dat de pomp kapot was. Er is een nieuwe onderweg die er hopelijk morgen is. De bewakers die de toegangspoort tot dit appartementencomplex bewaken zijn ook een soort klusjesmannen. Een van hen heeft een gevulde jerrycan van tien liter gebracht. Dat is drie liter om me morgen mee te wassen, drie om de wc mee door te spoelen, een om een pan die ik morgen nodig heb mee schoon te maken en dan hoop ik dat ik voldoende over heb om mijn sokken mee te wassen, die uitgerekend nu net allemaal stinkend in de wasmand liggen.

woensdag 29 september 2010

Busia

Precies op de grens tussen Kenia en Oeganda ligt het stadje Busia. Er is genoeg te doen in Busia. Er zijn hotels, er zijn winkels en een handjevol bedrijven zoals banken en een verzekeringsmaatschappij. Verder is er veel verkeer, vooral vrachtauto’s die de grens over willen om goederen die ze in de haven van Mombasa hebben opgehaald de binnenlanden van Afrika in te brengen. Daarnaast zijn er scholen, er is een politiebureau, een gevangenis, een gemeentehuis en er is een kantoor van ICS. Wat er in Busia echter heel duidelijk niet is, is een stabiele energievoorziening. Een periode van 48 uur zonder stroomuitval in Busia, is net zo onwaarschijnlijk als 48 uur zonder Engels Premier League voetbal op de tv in Nairobi.

Op zichzelf hoeft stroomuitval helemaal geen probleem te zijn, je past je snel genoeg aan. Met slechts drie dagen ervaring weet ik al dat ik niet moet wachten met douchen tot ik me smerig voel, of tot het bedtijd is, of tot wanneer de wekker ’s ochtends gaat en ik me lekker wakker wil douchen. Nee, douchen doe ik op die schaarse momenten dat ik douchen kan. Zonder stroom staat er namelijk geen druk op de kraan. Verder zorg ik dat het pakje kaarsen en het doosje lucifers die op de hotelkamer zijn klaargelegd, hun vaste plek hebben. Dat scheelt een half uur tastend zoeken en bovendien bespaart het blauwe plekken op mijn schenen en het voorkomt dat ik nog meer barsten in het glazen tafelblad van het salontafeltje loop.

Behalve dat ik mezelf al aardig heb aangepast, is het hotelpersoneel ook erg behulpzaam. Vanochtend om tien over zes werd er op de deur geklopt: ‘Your hot water, sir, for shower’. Dat was toch wel sympatiek, hoewel het tijdstip van tien over zes volgens mijn slaap-waakritme meer bij de nacht hoort dan bij de dag. Ruim vijf minuten later kwam ik moeizaam overeind, trok het muskietennet opzij en liep in mijn onderbroek en versleten t-shirt naar de deur. Laat ik dat emmertje warm water maar even mijn kamer binnen schuiven, dacht ik, anders staat het daar maar koud te worden op de gang. Ik deed de deur open en daar stond Purity, het kamermeisje, geduldig en taakgericht met een emmer vol dampend water in haar handen.

‘Oh, I’m véry sorry.’, zei ze met grote ogen toen ze mijn outfit zag en mijn haren die duidelijk nog in de slaapstand stonden.
Never mind’, zei ik, een beetje beschaamd, maar nog te slaperig om me er druk over te maken. Ik pakte de emmer aan en Purity beende weg. Ik kroop weer onder de dekens. Ik had nog een kleine drie kwartier voordat de wekker ging.

Purity was een beetje zenuwachtig toen ze mij het ontbijt voorzette. Haar collega’s daarentegen wensten me allemaal extra enthousiast goedemorgen en knipoogden daarna opzichtig naar Purity, die net deed alsof ze niks zag.

maandag 20 september 2010

Victoriameer

Ik moest aan ranja denken toen ik voor het eerst de de zonsondergang boven het Victoriameer zag. Aan die donkerrode ranja, die in geribbelde plastic flessen zat, waarop ‘vruchtenlimonadesiroop’ stond, en waar je heel lang mee kon doen. Het donkerrood van de ranja werd langzaam lichtrood als je er water bij deed. Met de zon boven het Victoriameer gebeurde het tegenovergestelde. De steeds groter wordende heloranje bol aan de horizon werd steeds donkerder van kleur, rozer en daarna dieprood, terwijl hij in het water zakte. Het leek wel of de zon in een onzichtbaar longdrinkglas zat, waaruit een onzichtbaar iemand met een onzichtbaar rietje gulzig dronk, zo snel zakte de zon. Er was geen tijd om een fotocamera te halen.

Nog een paar minuten schemerde het, terwijl de krekels extra hard zongen en de kleine golven zachtjes op de oever klotsten. Toen werd het donker en korte tijd later verschenen uit het niets de nachtvissers in de vorm van witte lichtjes op het water. In de lucht kwam de maan tevoorschijn, bijna even plotseling als de zon verdwenen was. In minder dan een uur onstond een hele stad op het meer. Duizenden vissers waren begonnen aan hun late dienst. Ik had dorst gekregen en heel veel zin in een glas koude vruchtenlimonadesiroop.
‘Dat hebben we niet,’ zei de ober.
‘Wat heeft u dan wel?’ vroeg ik.
‘Een koude fles Tusker bier.’ antwoordde hij.
‘Doet u mij dat dan maar.’, zei ik.
Die avond heb ik nog best lang naar die duizenden witte lichtjes op het Victoriameer gekeken.

donderdag 16 september 2010

Indrukwekkende gebeurtenissen uit je jonge kindertijd blijven over het algemeen je hele leven bij je. Ik zag door hun ogen heen hoe er diepe, onuitwisbare groeven gegraven werden in de hoofden van de leden van ons welkomstcomité. Hoe zouden ze dit over vijftig jaar aan hun kleinkinderen vertellen? "Een mooie mevrouw met hele lichte haren en een lachende meneer met een heel groot voorhoofd kwamen op bezoek. Ze zaten op een stoel en wij zongen een liedje.”

vrijdag 10 september 2010

Een niet goed gevallen maaltijd die een nasleep had van een paar dagen, in combinatie met steeds terugkerende stroomstoringen en wisselvallige interetnetverbindingen, hebben ervoor gezorgd dat het blog even droog stond. Maar wees gerust. Er gebeuren nog steeds vermeldenswaardige dingen. Op dit moment wordt er bijvoorbeeld zeer intensief gereisd binnen Kenia. Binnenkort zal de regelmatige berichtgeving dan ook weer worden hervat.